Wat is nu eigenlijk theatersport?
Theatersport is een vorm van theater waarbij, in plaats van voorstellingen, improvisatiewedstrijden voor publiek worden gegeven. Het is bedacht door theaterdocent Keith Johnstone. Eigenlijk is theatersport een vrij nauw subgenre van het bredere improvisatietheater, maar de term "theatersport" wordt in Nederland doorgaans algemener gebruikt voor alle vormen van kort, komisch improvisatietheater.
Tijdens deze theater voorstelling wordt een actieve bijdrage van het publiek gevraagd. Zij worden regelmatig ingeschakeld voor het geven van locaties (waar speelt deze scene zich af), situaties (wat gebeurt er in deze scene), personages (wie spelen er in deze scene) en emoties (in welke emotie of gemoedstoestand wordt deze scene gespeeld).
De Klaproos richt zich, in tegenstelling tot de meeste theatersportgroepen, vooral op het geven van workshops en voorstellingen in plaats van het spelen van wedstrijden.
Een greep uit de spelvormen die wij spelen:
De machine
Alle spelers komen een voor een op met een beweging en een geluid. Deze beweging en het geluid worden steeds herhaald, totdat alle spelers op het podium staat. Omdat het een machine is moeten de spelers op een of andere manier contact hebben met de ander (bijvoorbeeld een arm of een been van de ander vasthouden). Als alle spelers op het podium staan, slaat de machine op hol. De bewegingen en geluiden gaan dus steeds sneller, totdat de machine uiteindelijk ontploft.
Drie in de pan
Er wordt een korte neutrale scene gespeeld. Daarna wordt het publiek gevraagd om een emotie. Dezelfde scene wordt nogmaals gespeeld met de genoemde emotie. Belangrijk is dat de scene exact wordt herhaald, met precies dezelfde zinnen. De scene wordt met drie verschillende emoties gespeeld.
Diapresentatie
Een expert vertelt een verhaal aan zijn publiek. Om dat verhaal duidelijker te maken gebruikt hij enkele dia’s die door een aantal spelers in de vorm van een tableau vivant worden neergezet. Het publiek wordt gevraagd de ogen te sluiten en in vijf seconden zetten de spelers iets neer.
Briefjesgame
Er wordt een vrije improvisatie gespeeld, waarbij van te voren aan het publiek wordt gevraagd een aantal korte zinnen op een briefje te zetten. Deze zinnen worden door de spelers tijdens hun scene gebruikt. De spelers mogen de briefjes op een zelf gekozen moment pakken. Het is belangrijk dat er een spreekzin op de briefjes staat.
Nijntje
Een speler zit vooraan het podium en leest voor uit een boek van Nijntje. Vooraf wordt aan het publiek de titel van het boek gevraagd. Het boek is in kindertaal geschreven en het is leuk als het op rijm gebeurt. De andere spelers beelden het verhaal op de achtergrond uit. Er wordt door hen hierbij niet gepraat.
Zappen
Men vraagt aan het publiek drie verschillende tv-programma’s. Iemand zapt langs deze drie programma’s. De spelers spelen de scènes die op dat moment worden uitgezonden.
Superhelden
Er wordt een naam van een onwaarschijnlijke superheld gevraagd. Tevens wordt gevraagd naar een probleem dat door deze superheld moet worden opgelost. De eerste speler komt op als superheld. Deze kan het niet oplossen en vraagt vervolgens om de volgende superheld, ook speler nummer twee kan het probleem niet oplossen. Deze haalt nummer drie op het podium en daarna komt nummer vier. Deze laatste superheld lost het probleem op en verdwijnt van het podium. Dan gaat nummer drie en vervolgens nummer twee. Uiteindelijk blijft nummer een alleen over, tevreden dat er weer een crisis is opgelost!
Het stuntteam
Twee spelers staan als acteur op het podium. Tijdens het spelen van een alledaagse handeling (bijvoorbeeld koffie zetten) wordt er Freeze geroepen en verschijnt het stuntteam op het podium. Deze nemen de exacte houding van de acteurs over en gaan verder met de handeling alsof het heel moeilijk en heel gevaarlijk is. Als er weer Freeze geroepen wordt gaan de acteurs weer verder. Dit herhaalt zich ongeveer drie keer totdat de scene wordt afgerond.
Stoelensoap
Er staan twee stoelen op het podium. Een is de ‘emotiestoel’ en de ander de ‘zinnenstoel’. Twee spelers staan op het podium en spelen een vrije improvisatie. Er kan eventueel naar een locatie of situatie gevraagd worden. Wanneer een speler een van de stoelen aanraakt noemt het publiek vervolgens een emotie of en een zin, afhankelijk van welke stoel wordt aangeraakt. De emotie wordt door de betreffende speler in het spel gebracht. De zin uit het publiek moet gelijk gebruikt worden en exact nagezegd worden.
Oscaruitreiking
Een regisseur heeft voor zijn film drie niet bestaande oscars gekregen. Deze worden door het publiek verzonnen. De regisseur wordt geïnterviewd door een presentator. Aan de hand van de meegebrachte beelden uit de film wordt duidelijk waarom de oscars zijn uitgereikt. De beelden worden uitgespeeld door een aantal spelers.
Staan-buigen-zitten
Er wordt een scene gespeeld waarbij steeds een speler moet zitten, een speler moet staan en een speler moet buigen. Als de een van houding verandert, neemt een andere speler het over. Aan het publiek wordt een situatie of locatie gevraagd.
Handje pandje
Twee spelers vormen samen een deskundige die wordt uitgenodigd in een tv programma. De ene speler gaat achter de andere zit en vormt de handen van de deskundige. Een presentator interviewt vervolgens de deskundige.
Het geweten
Twee spelers hebben een lief gesprek met elkaar. Aan de rand van het podium zitten twee spelers die het geweten vormen van de spelers op het podium. Zij laten horen wat de spelers werkelijk denken. Aan het publiek wordt een relatie gevraagd van de spelers op het podium die de scene spelen.
Het interview
Een gastheer van een tv-programma interviewt een expert uit een ander land. Het liefst een niet bestaand land, waarbij de deskundige dus in een niet bestaande taal moet praten. De expert is deskundig in twee dingen die eigenlijk niet bij elkaar passen. Een tolk vertaalt het verhaal van de deskundige.
De bus
Op het podium worden stoelen neergezet in de vorm van een bus. Vooraan zit de chauffeur. Deze laat een voor een de spelers binnen. Iedere speler komt met een zelf verzonnen emotie de bus binnen, waarna iedereen in de bus deze emotie overneemt inclusief de chauffeur.
Keith Johnstone
uitdagend
ongemanierd
vrolijk
verdrietig
Keith Johnstone